Gedachten
![]() |
Ze begint te schuifelen op haar stoel en onrustig om zich heen te kijken. 'Ik geef het op' zucht Mariska na een minuut of vijf. Stilte, ze heeft er moeite mee. 'Als ik niks doe, blijven mijn gedachten maar door mijn hoofd spoken. Het is er zo druk en dat maakt me weer onrustig' geeft ze aan als ik haar vraag wat er gebeurt. 'Steeds als ik de stilte op zoek en mijn gedachten tot rust probeer te brengen, gebeurt juist het tegenovergestelde. |
Mijn gedachten beginnen als een kabbelend beekje en langzaam aan wordt het steeds erger. Het lijkt wel alsof ik in een sterke stroom naar een grote waterval getrokken word zonder dat ik daar iets aan kan doen. Ik vind de sterke stroom te eng en ga daarom snel met wat anders aan de slag' zegt Mariska.
Na een poosje durft ze het aan zich met de stroom mee te laten voeren. Ze doet haar ogen dicht, haalt het beeld van het beekje voor de geest en vertelt. 'Ik lig in het water in een prachtige omgeving. Veel bomen, vol in blad en het is warm weer. De zon staat hoog aan de hemel te schitteren. Langzaam voel ik de stroom sterker worden die me in zuidelijke richting drijft. Ik zie een boomstronk langs me drijven die ik instinctief grijp en bij me houd. De onderstroom van het water is sterk en verzetten lukt me niet meer. Ik word in sneltreinvaart mee gesleurd. In de verte hoor ik het donderend geraas van de waterval. Luider en luider. Ik krijg het benauwd, terugkeren of stoppen gaat niet. Paniek slaat toe, mijn enige houvast is de boomstronk die ik als reddingboei stevig tegen mijn borst vasthoudt. Het geluid is oorverdovend, ik knijp mijn ogen dicht en val met een rotvaart naar beneden. Mijn hoofd gaat afwisselend onder en boven water. Snel haal ik adem. Mijn hart zit in mijn keel. Verzetten heeft geen zin, dat put me uit. Het enige wat ik kan doen is: me overgeven.... '
'Plotsklaps houdt het op. Doodmoe leun ik op mijn boomstronk en laat mijn gejaagde ademhaling tot rust komen. Adrenaline giert door mijn lijf. Geen idee hoe lang ik zo op de stronk lig. Mijn gevoel voor tijd is verdwenen. Als ik weer bij mijn positieven ben, kijk ik om me heen. Wat ik zie is onbeschrijfelijk! Ik lig in een azuurblauw meer, het water is aangenaam warm. Ik zie prachtige bloemen die bloeien en hoge bergwanden waarop de zon weerkaatst. Twee elanden staan aan de oever rustig te drinken. Het meest indrukwekkende is de ongelooflijke rust die de omgeving uitstraalt. Ik laat het op me inwerken. Ik hoef niets en ik doe niets.'
Enige tijd later als Mariska haar ogen weer opent, kijkt ze mij aan. Geen onrust meer te zien. 'Rare jongens die gedachten. Het is even afzien, maar dan heb je ook wat' stamelt ze verbijsterd.
Gepubliceerd in Reuma Logika december 2011
